Zuiderzee (1916 - 1976)
De West-Friezen werden sinds de late Middeleeuwen omgeven door water; in het westen de Noordzee, in het zuiden de grote meren, in het noorden, oosten en zuiden de Zuiderzee. Vooral de Zuiderzee bepaalde hun leven.
Ook de veeteelt hing al vroeg samen met de scheepvaart. In 1624 alleen al werden in Enkhuizen meer dan elfduizend ossen aangevoerd. Het vlees werd gegeten tot in Antwerpen en Brussel toe. Ook de West-Friese kazen gingen overzee.
Ook de veeteelt hing al vroeg samen met de scheepvaart. In 1624 alleen al werden in Enkhuizen meer dan elfduizend ossen aangevoerd. Het vlees werd gegeten tot in Antwerpen en Brussel toe. Ook de West-Friese kazen gingen overzee.
Na 1800 waren het vooral ook akkerbouwproducten die de handel bepaalden; bloemkool bijvoorbeeld werd in tonnen, gezouten, van Hoorn naar Hull vervoerd. Vanuit Hull ging die geliefde delicatesse naar de Britse koloniën. Het inzouten was vrouwenwerk; de kool werd zelfs van de kleinste blaadjes ontdaan, in pekel gelegd en in grote vaten gekuipt. In Bovenkarspel/Grootebroek was een fabriek, naast de veiling.
Ook een kleinere plaats als Kolhorn profiteerde van de ligging aan zee; turf werd er aangevoerd uit Overijssel en Friesland. Turf was onmisbaar in de industrie en ’s winters thuis. Er staan nog turfschuren in Kolhorn!
Een tak van bedrijf vlak voor de wal was uiteraard de visserij. De Zuiderzee was zout en zat vol haring en ansjovis; in de havens werden zelfs bruinvissen gesignaleerd. Overal langs de kust werd gevist, de scheepjes gingen over van vader op zoon. In Hoorn had je bijvoorbeeld de vissersfamilie Tros.
De Zuiderzee was gewoonlijk een vriend, maar hij werd ook geducht. Er was altijd de angst dat hij over of, nog erger, door de dijk zou komen.
De Zuiderzee was onberekenbaar, viel hij te temmen?
Vooral sinds de techniek van stoom en elektriciteit tot ontwikkeling kwam regende het plannen om hem in te dammen. Maar de regering vond het te duur. Toen echter in 1916 Andijk bijna en Waterland helemaal onderliep en er weer doden te betreuren waren, ging ze overstag. Alle zeedijken kwamen onder één waterschap, het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier, en vanaf 1920 werd een begin gemaakt met de Zuiderzeewerken.
In 1925 was Wieringen niet langer een eiland, tussen 1927 en 1932 ontstond de Afsluitdijk. In 1927 kwam bij Andijk een rijksproefpolder, 42 hectare, om te beproeven hoe snel de zeebodem vruchtbaar gemaakt kon worden. Dat jaar begon de bouw van de dijk tussen Medemblik en Den Oever; drie jaar later was de Wieringermeerpolder een feit. De moderne techniek, een dieselgemaal bij Den Oever en een elektrisch gemaal bij Medemblik maalden die droog.
Aan deze werken is de naam van Ir.Cornelis Lely verbonden. Maar wie noemt nog de mannen die het eigenlijke werk deden? Voor weinig geld, ze moesten wel, het was crisis. Er staat voor zulke werkers een monument in Onderdijk, ‘De Dijkwerker’.
Later zijn nog Noordoostpolder en Flevoland aangelegd. In 1976 kwam over de Houtribdijk een weg van Enkhuizen naar Lelystad en was het Markermeer geboren.
De zee had geen vat meer op West-Friesland, de watersnoodramp van 1953 ging aan Noord-Holland voorbij. Maar de Zuiderzee was voortaan IJsselmeer, wat zout was werd zoet. Kolhorn en Winkel en Aartswoud lagen opeens midden in het land. Het kanaal Alkmaar-Kolhorn, onderdeel in een ooit groots West-Fries kanalenplan, sloeg nergens meer op. Overal verloor de visserij haar oude betekenis, de economie moest worden aangepast.
In Enkhuizen worden, officieel, drie haringen op sterk water bewaard, de laatste die voor de kust van Enkhuizen zijn gevangen.
Ook een kleinere plaats als Kolhorn profiteerde van de ligging aan zee; turf werd er aangevoerd uit Overijssel en Friesland. Turf was onmisbaar in de industrie en ’s winters thuis. Er staan nog turfschuren in Kolhorn!
Een tak van bedrijf vlak voor de wal was uiteraard de visserij. De Zuiderzee was zout en zat vol haring en ansjovis; in de havens werden zelfs bruinvissen gesignaleerd. Overal langs de kust werd gevist, de scheepjes gingen over van vader op zoon. In Hoorn had je bijvoorbeeld de vissersfamilie Tros.
De Zuiderzee was gewoonlijk een vriend, maar hij werd ook geducht. Er was altijd de angst dat hij over of, nog erger, door de dijk zou komen.
De Zuiderzee was onberekenbaar, viel hij te temmen?
Vooral sinds de techniek van stoom en elektriciteit tot ontwikkeling kwam regende het plannen om hem in te dammen. Maar de regering vond het te duur. Toen echter in 1916 Andijk bijna en Waterland helemaal onderliep en er weer doden te betreuren waren, ging ze overstag. Alle zeedijken kwamen onder één waterschap, het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier, en vanaf 1920 werd een begin gemaakt met de Zuiderzeewerken.
In 1925 was Wieringen niet langer een eiland, tussen 1927 en 1932 ontstond de Afsluitdijk. In 1927 kwam bij Andijk een rijksproefpolder, 42 hectare, om te beproeven hoe snel de zeebodem vruchtbaar gemaakt kon worden. Dat jaar begon de bouw van de dijk tussen Medemblik en Den Oever; drie jaar later was de Wieringermeerpolder een feit. De moderne techniek, een dieselgemaal bij Den Oever en een elektrisch gemaal bij Medemblik maalden die droog.
Aan deze werken is de naam van Ir.Cornelis Lely verbonden. Maar wie noemt nog de mannen die het eigenlijke werk deden? Voor weinig geld, ze moesten wel, het was crisis. Er staat voor zulke werkers een monument in Onderdijk, ‘De Dijkwerker’.
Later zijn nog Noordoostpolder en Flevoland aangelegd. In 1976 kwam over de Houtribdijk een weg van Enkhuizen naar Lelystad en was het Markermeer geboren.
De zee had geen vat meer op West-Friesland, de watersnoodramp van 1953 ging aan Noord-Holland voorbij. Maar de Zuiderzee was voortaan IJsselmeer, wat zout was werd zoet. Kolhorn en Winkel en Aartswoud lagen opeens midden in het land. Het kanaal Alkmaar-Kolhorn, onderdeel in een ooit groots West-Fries kanalenplan, sloeg nergens meer op. Overal verloor de visserij haar oude betekenis, de economie moest worden aangepast.
In Enkhuizen worden, officieel, drie haringen op sterk water bewaard, de laatste die voor de kust van Enkhuizen zijn gevangen.