Alkmaar

Alkmaar is een van oorsprong Friese nederzetting op een oude stranwal. De eerste vermelding is begin 10de eeuw. Het ligt dan langs de noordelijke grens van het nieuw ontstane gewest Kennemerland en het vormt de toegangspoort tot West-Friesland. De grens werd gevormd door het riviertje de Rekere. De Omringdijk beschermde West-Friesland tegen overstromingen van dit riviertje.

Alkmaar kreeg in 1254 stadsrechten van Willem II, graaf van Holland en rooms koning. Om de stad tegen de West-Friezen te beschermen werd rond deze tijd een kasteel gebouwd aan de Omringdijk bij de Friese Poort, de Torenburg. Over dit kasteel is heel weinig bekend. Het heeft vermoedelijk gelegen op de plek waar tegenwoordig de Friese Brug ligt. Over deze burcht, die waarschijnlijk niet zo lang heeft bestaan, is weinig bekend Bij het graven van het Noord-Hollands Kanaal in 1820-25 zijn de fundamenten verloren gegaan.

Eind 13de eeuw liet graaf Floris V nog twee kastelen bouwen met een meer offensief doel. De Nieuwburg en de Middelburg waren onderdeel van het offensief om de West-Friezen te onderwerpen. Deze dwangburchten lagen aan de Munnikenweg, die vanaf de Friese Poort toegang gaf tot West-Friesland. In 1517 waren ze al weer verwoest.

De oudste delen van de Omringdijk liggen nu in het oostelijk deel van het oude centrum. Toch is Alkmaar een stad aan de buitenkant van de Omringdijk gebleven want het dijktracé is met de uitbreiding van de stad in oostelijke richting naar buiten toe verplaatst. De dijk vormde de overzijde van de stadsgracht tussen de Friese Poort en de Schermer Poort, tegenwoordig de overzijde van het Noord-Hollands Kanaal tussen de Friese Weg en de Schermer Weg.
Torenburg tekening Abraham Rademaker