Keinse

Bedevaartsoort

Keinse is een plaats met een bijzondere geschiedenis. Het Keinsmerwiel getuigt nog van een grote dijkdoorbraak uit 1248. Het gevaar van overstroming lag hier altijd op de loer. Langs het tracé van de Omringdijk tussen Krabbendam en Keins zijn veel grote wielen te vinden. De Zijpe was immers een zeearm van de Noordzee. Meer dan elders liep de dijk hier groot gevaar. Bij een dijkdoorbraak ontstond een groot stroomgat dat naderhand wiel werd genoemd. Door zijn diepte kon het niet worden gedempt. Meestal werd de dijk hersteld door hem om de buitenkant van het wiel te leggen, soms aan de binnenkant.

Maar Keins raakte pas echt bekend door een bijzondere gebeurtenis. Het verhaal gaat dat dijkwachten tijdens een storm het gehuil van een kind hoorden. Het kind bleek vastgebonden aan een houten Mariabeeld dat was aangespoeld. Men vermoedde dat het beeld van oorsprong het boegbeeld was van een Portugees schip dat in de nabijheid was gestrand. Het beeld werd schoon gemaakt in een reeds bestaande put. Nadien bleek het water van de put een genezende kracht te bezitten.

In 1519 werd een kapel opgericht waar het beeld kwam te staan. Keins werd een bedevaartsoord. In 1586 werd de kapel door protestanten verwoest. Het beeld was echter al in veiligheid gebracht. In 1930 werd in een sloot een Mariabeeld gevonden. Dit beeld zou het verloren gegane beeld uit Keinse kunnen zijn. Onderzoek wees uit dat het in ieder geval om een 15de-eeuws beeld ging. Het beeld werd geschonken aan het Westfries Museum te Hoorn. Het wordt daar nog steeds druk bezocht door aanbidders van Maria.

Na de verwoesting van de kapel bleef Keinse een bescheiden bedevaartsoord. De put met geneeskrachtig water was blijven bestaan. Pas in 1956 verrees een nieuwe kapel op de plek van de oude.