Andijk en polder het Grootslag

Gereformeerde kerk Andijk
Andijk is een dorp uit de 16de eeuw dat inde loop der tijd is gegroeid tot een lang lint langs de Omringdijk.

Op 1 juli 1423 verleende Hertog Jan van Beieren de steden Enkhuizen en Broek en de vier delen van Westwoud een vergunning om dijken en wegen aan te leggen. De polder Het Grootslag ontstond. Deze werd een zelfstandig waterschap. Aanvankelijk waren afwateringssluisjes voldoende om het overtollige water af te voeren. Op den duur schoot deze natuurlijke afwatering tekort. Het polderbestuur liet daarom in 1452 twee windwatermolens bouwen aan het water de Oude Gouw bij de Noorderdijk bij Enkhuizen.

Ongeveer een eeuw later stonden er vier windwatermolens. Later waren dat er dertien. Eind 19de eeuw werd het stoomgemaal in Andijk in gebruik genomen en in 1907 gebeurt dat ook bij Broekerhaven. In 1926 wordt het gemaal bij Andijk geëlectrificeerd. Beide gemalen werden na de ruilverkaveling van de jaren ’70 buiten werking gesteld en vervangen door een nieuw elektrisch gemaal (1974) in Andijk. Het Grootslag werd toen omgebouwd van vaarpolder zonder wegen tot een rijpolder. Het karakter van de polder werd toen definitief vernietigd. In het oude gemaal in Andijk bevinden zich twee musea: het Poldermuseum Het Grootslag en Museum Saet en Cruyt

De 40 hectare grote Proefpolder Andijk werd in 1926-27 aangelegd in de Zuiderzee, als proef voor het inpolderen en cultiveren van de latere IJsselmeerpolders. Tegenwoordig is de proefpolder ingericht voor diverse verblijfsrecreatie. De proefpolder is in 1929 geopend door Koningin Wilhelmina.