Hoorn

Gevels Bossuhuizen Hoorn met slag om Zuiderzee
De Omringdijk loopt tegenwoordig dwars door Hoorn. De Omringdijk, het West en het (Grote) Oost, komt op de Rode Steen samen met het (Grote) Noord, de verbindingsweg naar het binnenland.
Oorspronkelijk was de Rode Steen de plek waar de Gouw uitmondde in de Zuiderzee. Hier was begin 14de eeuw een sluis. De eerste bebouwing ontstond langs de dijk en vervolgens langs het Noord. In 1341 werd buitendijks de eerste haven aangelegd. Er volgden nog vele havens, zowel binnendijks als buitendijks, want de Hoorn groeide vanaf de tweede helft van de 15de eeuw heel snel als een belangrijk handelscentrum. Het overvleugelde in feite de andere Zuiderzeesteden met uitzondering van het opkomende Amsterdam.
Langs de buitendijkse havens werd ook flink gebouwd. De basis voor de welvaart werd gelegd door de Oostzeehandel. Die betrof met name bulkgoederen als graan en hout. De grote bloeiperiode kwam in de 17de eeuw met de handel op Oost- en West-Indië. Dit was juist handel in hoogwaardige goederen. De Verenigde Oost-Indische Compagnie hield zitting in haar Kamer, het Oost-Indisch Huis aan de Muntstraat 4.

Na 1700 trad het verval in als internationale havenstad. Hoorn werd een regionaal centrum voor oostelijk West-Friesland. Voor de regio was het de markt- en later de winkelstad. De binnenstad is sinds 1970 beschermd stadsgezicht, met uitzondering van het Grote Noord, die al door haar ontwikkeling als winkelstraat was aangetast.

Sinds 1965 is Hoorn enorm gegroeid door het zogenaamde Overloopbeleid. Het ging hierbij om de ‘overloop’ van inwoners van de overvolle Randstad naar het noorden van de Noord-Holland. Dit had een ongebreidelde groei van eengezinswoningen tot gevolg. De eerste uitbreiding vond plaats in het gebied de Grote Waal langs de Omringdijk in zuidelijke richting. De uitbreidingen van Hoorn in de jaren ’70, ’80 en ’90 dringen diep door in het West-Friese binnenland, waardoor hele dorpen werden opgeslokt en hun identiteit werd vernietigd.
Gevel Bossuhuizen